
Is een afbeelding van een mok met koffie op een bedje van koffiebonen voldoende onderscheidend voor koffie en dranken op basis van koffie? Dat is de vraag waarover het Gerecht (van de EU) zich moest buigen op 25 maart van dit jaar.
In deze kwestie diende Société des produits Nestlé SA oppositie in tegen een drietal Gemeenschapsmerkaanvragen van Master Beverage Industries Pte Ltd, echter zonder succes. Ook in beroep bij de Kamer van Beroep kreeg Nestlé nul op zijn rekest.
Bij de beoordeling of er sprake is van overeenstemming tussen twee merken moeten merken elk in zijn geheel worden onderzocht en dient niet slechts naar één bestanddeel van een samengesteld merk te worden gekeken. Alleen wanneer alle andere bestanddelen van een merk te verwaarlozen zijn, kan de overeenstemming op basis van enkel het dominerende bestanddeel worden beoordeeld.
Normaliter gebruiken consumenten het woordelement om een waar te identificeren. In dit geval is het woordelement van de merken van Master Beverage Industries “Golden Eagle”. Het Gerecht beschouwt “Golden Eagle” als een fantasie-element voor de betrokken waren. Volgens het Gerecht heeft ook de afbeelding van een arend een groot onderscheidend vermogen. Een arend wordt namelijk niet geassocieerd met koffie of dranken gebaseerd op koffie.
Daartegenover heeft de afbeelding van een rode mok op een bedje van koffiebonen op het onderste deel van het eerste aangevraagde merk van Master Beverage Industries een zwak onderscheidend vermogen voor de betrokken waren. Een rode mok en koffiebonen zijn suggestief zijn ten aanzien van waren zoals koffie en op koffie gebaseerde dranken. Volgens het Gerecht gaat het bij dit soort afbeeldingen om banale elementen. Een afbeelding van een mok koffie en van koffie in de vorm van bonen ligt voor de hand indien er sprake is van koffie of dranken op basis van koffie.
Kortom, een mok koffie en koffiebonen hebben weinig onderscheidend vermogen. De beschermingsomvang van een dergelijk merk is dan ook beperkt. Volgens het Gerecht is een element bestaande uit de rode mok en de koffiegranen echter niet volledig verwaarloosbaar voor de totaalindruk. In deze concrete zaak heeft het Gerecht geen inhoudelijke uitspraak gedaan over verwarringsgevaar. Dit was procestechnisch onmogelijk omdat geconcludeerd werd dat de Kamer van Beroep (ten onrechte) het verwarringsgevaar niet beoordeeld heeft.
Auteur: Kayin Pang
E-mail: pang@octrooibureau.nl